Livre
Néerlandais

Een aangename postumiteit : brieven 1965-1997

Een aangename postumiteit : brieven 1965-1997

Keuze uit de correspondentie van de Vlaamse dichter (1944-1997).
Titre
Een aangename postumiteit : brieven 1965-1997
Auteur
Herman De Coninck
Langue
Néerlandais
Éditeur
Amsterdam: De Arbeiderspers, 2004
862 p., [16] p. pl.
ISBN
90-295-0979-1

Commentaires

Hij kon behoorlijk ver gaan

ANTWERPEN - Het brievenboek van dichter, essayist en journalist Herman de Coninck (1944-1997) is een feit. Liefst 860 pagina's bundelde Annick Schreuder in het gisteravond voorgestelde Een aangename postumiteit. Brieven 1965-1997. "Herman was de beminnelijkheid zelf, maar in zijn afwijzingsbrieven kon hij cru zijn", zegt Luc Leysen, levenslange vriend en correspondent.

Levenslange vriend Luc Leysen over brieven van Herman de Coninck

"In een van zijn brieven schrijft Herman dat niemand dood is, tenzij je wilt dat hij dood is. Voor mij leeft hij nog altijd", zegt Luc Leysen (59) over de vriend die op 22 mei 1997 onverwacht het leven liet in Lissabon.

De ouders van Leysen en De Coninck waren met elkaar bevriend. Zo zagen ze elkaar, maar echt goed leerden ze elkaar kennen aan de universiteit in Leuven. "Herman zat enkele jaren hoger dan ik in Germaanse, maar we waren allebei betrokken bij de werking van Universitas, een katholiek studiecentrum dat ook een studentenblad uitgaf."

"Dat katholieke moet je met een korreltje zout nemen. Het waren de jaren zestig, mensen vielen hun geloof af. En de mythe rond mei '68 en the summer of love mag je ook niet overdrijven. Wij waren gewone, brave collegejongens, niet zo politiek geëngageerd als veel mensen denken. Daar moest je immers al die ideologische boeken voor lezen... Toch is Herman zijn …Lire la suite

Een aangename postumiteit / Herman de Coninck

Na de gedichten en het proza zijn nu ook de brieven van Herman de Coninck (1944-1997) gebundeld. In kwantiteit moet het meer dan 800 pagina's dikke brievenboek Een aangename postumiteit alvast niet onderdoen. In kwaliteit wel? Een beetje. Of misschien, bij nader inzien, toch weer niet.
Er is zeker iets te zeggen voor een verbod op uitgave van andermans brieven. Nog los van het feit dat ze in de regel dodelijk saai zijn (het belangrijkste argument), hebben u en ik in principe geen zaken met andermans privé-correspondenties. Ze zijn namelijk, zoals het woord nogal duidelijk zegt, privé.

Een uitzondering moet natuurlijk altijd mogelijk blijven. Hele oude correspondenties, correspondenties tussen uitsluitend doden bijvoorbeeld, moeten kunnen, als ze een beetje boeiend zijn tenminste. Jongere brievenboeken kunnen daarentegen alleen maar worden gemaakt als ze zó opwindend, goed geschreven en relevant zijn dat ze - in het belang van de literatuur en dus de mensheid in het algemeen - een heel klein schendinkje van het recht op de privacy rechtvaardigen. Allicht niet toevallig gaat het in die zeldzame gevallen om correspondenties die zó opwindend, goed geschreven en relevant zijn dat het bijna niet anders kan dan dat ze met het oog op publicatie werden geschreven; dat …Lire la suite

Een aangename postumiteit

Editeur van Een aangename postumiteit is Annick Schreuder, historica en recensente van deze boekenbijlage. Zij las de achtduizend brieven van Herman de Coninck die in het Letterenhuis worden bewaard en legde een eerste selectie van achthonderd voor aan het leescomité.

- Op basis van welke criteria heeft u geselecteerd? Schreuder: ,,Het doel was te laten zien dat Herman de Coninck prachtige brieven kon schrijven. Omdat het zakelijke en het persoonlijke in die brieven vaak door elkaar lopen, krijg je tegelijkertijd een portret van De Coninck te zien en een beeld van het literaire leven. In het brievenarchief zitten ook vele herhalingen. Al die weigerbriefjes bijvoorbeeld. Daarvan neem je er enkele op die representatief zijn, de rest niet. Dat selecteert zichzelf.

- In de brieven die nu zijn uitgegeven staan vaak vierkante haken - waar passages zijn weggelaten. Dat wekt achterdocht, zeker als het in intieme brieven gebeurt. Wat is hier allemaal geschrapt? ,,We moesten vo…Lire la suite

Brieven Herman de Coninck gebundeld

BRUSSEL - Op 22 mei 1997 stierf dichter, essayist en journalist Herman de Coninck (53) totaal onverwacht in Lissabon. Meer dan 1.568 pagina's proza en 692 pagina's gedichten liet hij achter. De Coninck was echter ook een zeer productieve brievenschrijver. Die zijn nu gebundeld in het pas verschenen, 860 pagina's dikke 'Een aangename postumiteit. Brieven 1965-1997'.

"In een van zijn brieven schrijft Herman dat niemand dood is, tenzij je wilt dat hij dood is. Voor mij leeft Herman, mijn vriend, nog altijd en ik mis hem", zegt samensteller Luc Leysen (59). De Coninck en Leysen kenden mekaar van kindsbeen af. Hun ouders waren met elkaar bevriend. "Echt goed heb ik Herman leren kennen tijdens onze studies Germaanse Filologie in Leuven. Hij zat dan wel enkele jaren hoger dan ik, maar we waren allebei betrokken bij de werking van 'Universitas', een katholieke studiecentrum dat ook een studentenblad uitgaf. Na de universiteit moest Herman de Coninck het leger in. Hij was gekazerneerd in Duitsland. Toen begon hij ook zijn eerste brieven aan Luc Leysen te versturen. "Die legertijd was de eerste serieuze domper op het leven dat we toen leidden. Ik herinner me nog dat Herman in een brief schreef dat het drinken daar geen niveau heeft. Lang voor het e-mail-tijdperk paste Herman al het cut and paste-principe toe. Een zelfde brief stuurde hij aan drie of vi…Lire la suite

Als de koetjes op de doosjes van la vache qui rit

Zopas verscheen het brievenboek van Herman de Coninck. 'Een aangename postumiteit', heet het. Brieven 1965-1997. Wie was die Herman de Coninck in zijn vroege jaren? Een rondgang langs brieven en vrienden uit de jaren zestig en zeventig. De vrienden van voor de tijd dat hij een icoon werd.

'Godverdomme, Theo, wij leven veel te bewust, bij onszelf steeds onvermijdelijk aanwezig, wij gaan denken bij onze gevoelens, denken bij ons denken, en zelfs denken over ons denken zoals de koetjes op de doosjes van la vache qui rit met in hun oorbel nog een koe, die op haar beurt een oorbel heeft met een koe erin.

Ik kan het nauwelijks meer dragen, wil me een uitweg vloeken, en weet verdomd nauwkeurig van mezelf dat ik niet zomaar vloek, maar me naar een uitweg vloek, zodat er niks van terechtkomt. Drinken is inderdaad een van de weinige verlossingsmiddelen, maar ik moet oppassen voor mijn gezondheid, ik leef en drink mezelf kapot. Een ontspanning in een beroep heb ik niet, en zelfs aan mijn thesis werken is geen oplossing, want ook daar bevind ik me telkens voor de oorverdovende stilte van wit papier, die ik met zelfaanwezigheid moet volproppen. En gedichten schrijven, het is puur masochisme in deze toestand.'

(Brief aan Theo Peeters, z.d. vermoedelijk voorjaar 1966)Lire la suite

Toen Herman de Coninck in 1997 schielijk overleed, liet hij een gigantische verzameling brieven na. De Coninck was namelijk een hartstochtelijk briefschrijver. Deels kwam dat door zijn vele activiteiten (o.m. als hoofdredacteur van het 'Nieuw Wereldtijdschrift'), deels ook door zijn behoefte om impulsief op alles en nog wat te reageren. Het bleek ondoenbaar om de circa 15.000 brieven alle integraal te publiceren, maar dit boek biedt alvast een unieke inkijk op dat grote archief. Niet minder dan 444 brieven worden, grotendeels integraal, opgenomen. Ze tonen een gedreven briefschrijver, die daarenboven van meet af aan beschikt over een opmerkelijk retorisch talent. De inhoud van de brieven is erg verschillend. Heel wat correspondentie uit de beginjaren handelt over de pogingen van De Coninck om zijn eerste poëzie te slijten aan uitgeverijen en tijdschriften, terwijl de laatste tien jaar van zijn leven grotendeels zijn opgegaan aan het vele redactionele werk rond het 'Nieuw Wereldtijdsch…Lire la suite
'Ik ben geen slechte brievenschrijver' meende Herman de Coninck in een brief aan Benno Barnard, waarin hij aandrong op een strenge selectie bij posthume uitgave. Er zijn ca. 15.000 brieven van hem bekend. In het boek zijn er 444 opgenomen, soms om redenen van privacy gecensureerd, en altijd beknopt geannoteerd. De Coninck correspondeerde in de breedte, zowel persoonlijk als zakelijk (als hoofdredacteur van het Nieuw Wereldtijdschrift). Zelfs afwijsbriefjes kregen zijn persoonlijke toets: 'Geachte Heer, U schrijft adembenemend slechte poëzie (...)'. Hij feliciteert Brodski met de Nobelprijs. Over Warren schrijft hij aan Kopland: 'Ik lees Warren altijd als ochtendgymnastiek: van hoofdschudden blijf ik lenig.' 't Hart probeert hij tot een artikel over porno te bewegen door hem allerlei vragen voor te leggen, zoals 'Van welke actrices krijgt u een stijve?' De uitgave geeft een goed beeld van de rol die De Coninck, tot zijn plotselinge dood in 1997, in de Vlaamse en Nederlandse culturele w…Lire la suite

À propos de Herman De Coninck

Herman de Coninck (Herman August Paul De Coninck), né à Malines le 21 février 1944 et mort à Lisbonne le 22 mai 1997, est un écrivain belge d'expression néerlandaise.

Poète, essayiste, journaliste et éditeur de la revue littéraire Nieuw Wereldtijdschrift, il était aussi l'époux de l'écrivaine Kristien Hemmerechts.

Un prix Herman de Coninck est décerné depuis 2007.

Œuvres

Poésie

  • 1969 – De lenige liefde
  • 1974 - Puur natuur. Vier gedichten van Herman de Coninck en vier handgekleurde etsen van Luc Piron. Vierde deel in Hoofts Bibliofiele Serie. Aalst : Uitgeverij Hooft.
  • 1975 – Zolang er sneeuw ligt…En lire plus sur Wikipedia